Processen
In de natuurkunde heeft het tot de 20e eeuw geduurd, voordat de verplaatsing van objecten beschreven en begrepen kon worden. Daarvoor was ‘taal’ nodig in de vorm van woorden als limiet, tijd, beweging en snelheid.
Iets soortgelijks is er gebeurd met de factor tijd in de organisatiekunde. Pas in de jaren ’70 van de vorige eeuw ontstond het besef dat een organisatie een continu veranderende entiteit is : filosofie van proces-denken: alles wordt opgevat als een continu gebeuren of proces.
In die zin beschouwd staan we dus pas aan het begin van een ontwikkeling. Dat blijkt onder meer uit het gebruik van taal bij de organisatie-inrichting, die afkomstig is uit het klassieke, statische denken over organisaties. Zoals horizontale en verticale arbeidsdeling, functionele concentratie (afdelingsvorming), et cetera.
De ‘alles stroomt’-opvatting is ook de onze. Vandaar dat we ons niet alleen richten op de ‘harde’ – functionele – kant van die stromen, maar zeker ook activiteiten ontplooien op de ‘zachte’ kant. Zo zijn we bezig met een procesmatige invulling van regie in netwerkconstructies, gebruiken we systeemdenken in adviestrajecten om ook de zachte stromen helder te krijgen, hebben we een cultuurworkshop ontwikkeld en kunnen we creativiteit bij mensen opwekken met een workshop creatieve probleemoplossingen.
Processen als uitgangspunt voor organiseren
Het kijken naar de ‘stromen’ in en tussen organisaties en díe als uitgangspunt nemen voor het inrichten, verbeteren en ontwikkelen is de vernieuwing , die de afgelopen 20 jaar zijn weg heeft gevonden. Deze ‘kanteling’ is in onderstaande figuur weergegeven.

Voor taakorganisaties binnen de overheid zal de komende tijd de hiërarchische component nog wel actueel blijven, maar voor het organiseren van het werk biedt de sociotechnische procesoriëntatie veel meer mogelijkheden om de complexiteit aan te kunnen dan de traditionele bureaucratie.
Lees meer ...

