Burgernet werkt!
“Alle verwachtingen en prognoses rond de uitrol van Burgernet zijn overtroffen, Burgernet werkt!” Dit zei minister Opstelten van het ministerie van Veiligheid en Justitie op 12 december 2011 bij het in ontvangst nemen van de eindrapportage Burgernet in Utrecht. Inmiddels heeft Burgernet ruim 700.000 deelnemers en is Burgernet operationeel in circa 280 gemeenten.
Het idee achter Burgernet
Burgernet is een voorbeeld van een bijzondere vorm van burgerparticipatie. In 2004 werd in Nieuwegein door de politie in nauwe samenwerking met de gemeente een uniek experiment opgezet met de bedoeling burgers meer te betrekken en te laten bijdragen aan de veiligheid in hun omgeving. Burgers kunnen zich opgeven als deelnemer aan een telefonisch/communicatie informatienetwerk. Via de (mobiele) telefoon krijgen deelnemers van de centralist van de meldkamer een gesproken bericht of een tekstbericht per SMS of E-mail met het verzoek uit te kijken naar bijvoorbeeld een vermist kind, inbreker of gestolen auto. Deelnemers kunnen dan rechtstreeks en kosteloos terugbellen als ze wat hebben gezien. De politie kan daardoor sneller en meer gericht in actie komen. Na afloop krijgen alle bereikte deelnemers een bericht over het resultaat. Daarnaast wordt de actie geplaatst op de publieke website http://www.burgernet.nl
Landelijke uitrol
Deze aanpak is zo succesvol gebleken dat de toenmalige ministers van BZK en Justitie, het programma Burgernet de opdracht verstrekten om het concept landelijk te gaan uitrollen. Als doelstelling voor landelijke invoering werd geformuleerd dat alle meldkamers werden aangesloten op Burgernet en dat er een samenwerking tot stand moest komen met minimaal 50 gemeenten. Deze doelstelling is glansrijk gehaald. Inmiddels heeft Burgernet ruim 700.000 deelnemers en is operationeel in circa 280 gemeenten.
Doorontwikkeling concept Burgernet
De focus van het programma Burgernet lag gedurende de eerste fase op betrekken en opsporen. Op initiatief van de korpsen en gemeenten is de toepassing van Burgernet verbreed. Naast opsporen wordt Burgernet nu ook ingezet om te informeren en te alarmeren. In de reeks informeren, betrekken, alarmeren en opsporen is naast een gradatie naar de mate van spoed (toenemend van links naar rechts) ook de gewenste relatie tussen overheid en burgers zichtbaar. Van in de breedte ‘informeren’ tot en met gericht, voor één concreet incident, direct hulp vragen bij het ‘opsporen’. Niet tijdkritische berichten worden vaak via andere kanalen dan de meldkamer verzonden. Met name de berichten met als doel informeren worden door de gemeenten verspreid.

Operationele resultaten
Maandelijks worden circa 400 Burgernetacties in gang gezet. Aan een actie nemen gemiddeld 1300 Burgernetdeelnemers deel. Ongeveer 60 procent van de acties heeft een tijdkritisch karakter. In 10 procent van de gevallen kan dankzij informatie van Burgernetdeelnemers een verdachte worden aangehouden of een vermiste worden getraceerd. Daar komt nog bij dat circa 40 procent van de Burgernetacties een meer indirecte, maar zeker ook waardevolle bijdrage heeft aan het opsporingsproces. De positieve resultaten leiden, naast het vergroten van de veiligheid van de samenleving, tot een aanzienlijke kostenbesparing. Het achteraf rechercheren vraagt vele uren aan recherchecapaciteit die uiteindelijk minder opleveren. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat Burgernet deelnemers meer vertrouwen hebben in de overheid.
Inbedding Nationale Politie
Het jaar 2012 is een overgangsjaar waarin Burgernet ingebed wordt in de Nationale Politie. Naast de inbedding heeft het programma de doelstelling gekregen dat Burgernet is uitgerold in tenminste 300 gemeenten en er minimaal 800.000 burgers actief bij Burgernet betrokken zijn, een doelstelling die al bijna is gerealiseerd. Het huidige programmabureau Burgernet, dat is ondergebracht bij In-pact, blijft ook in 2012 verantwoordelijk voor de realisatie van de doelstellingen.
Dit artikel is ook gepubliceerd in het tijdschrift Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing.


